{{brizy_dc_image_alt imageSrc=

De huismuis

Mus musculus L.

Familie: ware muizen (Muridae)

Orde: knaagdieren (Rodentia)

Last van een muizen- of rattenplaag? Voor een snelle en adequate oplossing schakel Reusen Bedrijfshygiëne in.

{{brizy_dc_image_alt imageSrc=

Algemeen

Muizenplagen in gebouwen worden meestal veroorzaakt door huismuizen. Huismuizen verblijven meestal binnen gebouwen of in de directe omgeving ervan, maar komen ook wel voor in het vrije veld (akkers), van waaruit ze in het najaar naar gebouwen trekken.

Uiterlijk

  • In West-Europa Mus musculus domesticus Rutty en in Oost-Europa de ondersoort Mus musculus musculus L.
  • Rug lichtbruin tot donkergrijs, buik lichter; allerlei kleurvariëteiten, incl. albino’s
  • Slanke bouw, spitse kop, grote oren, kraal-ogen, 5 tenen aan elke poot
  • Lange dunne staart, even lang of langer dan lichaam
  • Volwassen: 7 - 10 cm lichaamslengte,
  • 15 - 30 gram gewicht
  • Pasgeboren: kaal en blind, 0,5 - 1 gram gewicht

Ontwikkeling

  • Wijfjes in de leeftijd van 2 - 12 maanden, gemiddeld 6 - 10 worpen
  • Draagtijd 3 weken
  • Nestgrootte gemiddeld 5 - 6 jongen
  • Zoogperiode 3 weken
  • Jongen na 2 maanden geslachtsrijp
  • Vermoedelijke maximale levensduur is ca. 2 jaar; normale levensduur ca. 1 jaar
  • Uitbreiding van de populatie is sterk afhankelijk van o.m. nestgelegenheid, hoeveelheid en kwaliteit beschikbare voedsel
  • Indien populatie te groot wordt: aanzienlijke natuurlijke sterfte, kleinere nestgrootte, emigratie of combinaties hiervan

Leefwijze

Algemeen:

  • groot aanpassingsvermogen; uitstekende klimmers tegen enigszins ruwe oppervlakten; springen tot ca. 30 cm hoogte en vanaf ca. 1 meter hoogte; reuk voornaamste zintuig; kan zeer snel reageren indien gevaar dreigt; graaft zelden en dan ondiep; zwemmen bij voorkeur niet; ‘s nachts meest actief, in woningen vaak rustverstorend; schuwen bewegende vreemde voorwerpen meestal niet

Voedsel:

  • alleseter met duidelijke voorkeur voor granen, peulvruchten en noten, vetrijke spijzen als kaas, vet, boter, spek, e.d. en voedsel met hoog suikergehalte als snoepgoed; voorraadvorming; eet per dag ca. 3 - 5 gram

Temperatuur:

  • de vacht past zich aan bij de leefomstandigheden (wintervacht)

Vochtigheid:

  • kunnen in tegenstelling tot de bruine rat enige dagen zonder drinken blijven leven

Schuilplaatsen:

onder vloeren, op zolders, achter beschietingen, boven plafonds, in en onder opgeslagen materialen en goederen


Deze tekst en beeldmateriaal zijn auteursrechtelijk beschermd door de stichting Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen. Het KAD aanvaardt geen aansprakelijkheid,

uit welke hoofde dan ook, voor het gebruik en de toepassing van deze gegevens, middelen en methodieken. Een ieder is en blijft te dien aanzien volledig zelf aansprakelijk.

Voor meer informatie over het KAD: www.kad.nl.

Wering en bestrijding van plaagdieren in Nederland


Territorium:


- een familie heeft een eigen territorium (leefgebied) dat verdedigd wordt tegen indringende soortge-

noten; bepaalde mannelijke exemplaren domineren de lagere rangorden; een door een uitgevoerde


verdelgingsactie vrijgekomen territorium kan spoedig weer ingenomen worden door een andere mui-

zenfamilie, tenzij tijdig genomen weringsmaatregelen dit voorkomen.


Sporen:


- uitwerpselen (zwart, 3 - 8 mm lang en 1 - 3 mm dik met vrij spitse uiteinden); worden verspreid aange-

troffen; worden vrij snel hard; prenten en sleepsporen van de staart in stoffige omgevingen; “buik-

smeer” op veel belopen randen; knaagsporen; bij aangevreten granen treft men deels gegeten korrels


en “grof gemalen” deeltjes aan; karakteristieke muizengeur (muskus) bij grote populatie

{{brizy_dc_image_alt imageSrc=

Meer weten?

Neem gerust contact met ons op.

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
{{brizy_dc_image_alt imageSrc=
{{brizy_dc_image_alt imageSrc=